Over ons…

Onze geschiedenis

Het Leger des Heils is ontstaan tijdens de industriële revolutie in de buitenwijken van Oost-Londen. William Booth (*1829-1912), de Engelse stichter, groeide op in Nottingham (in de Midlands, het centrum van Engeland). Zijn vader, ondernemer, wilde van hem een «gentleman» maken maar door financiële moeilijkheden was hij verplicht om het onderwijs te stoppen en William te laten werken bij een pandjeshuis. Tijdens zijn jeugd ontdekt William de methodistische Kerk waar hij beslist om Jezus-Christus te volgen. Hij wordt dominee (methodist) met een bijzondere roeping om het volk te evangeliseren.

Samen met zijn echtgenote Catherine constateert William dat mensen in een onstabiele situatie niet naar de kerk komen. Dus besluit hij om de Kerk naar de straat te brengen! Zijn principe: zowel zorgen voor de geestelijke honger als maatschappelijke wantoestanden bestrijden.

Pas toen de naam The Christian Mission in 1878 werd veranderd in The Salvation Army (Leger des Heils) begon het werk van Booth zichtbaar vruchten af te werpen in het Verenigd Koninkrijk en in het buitenland. In België werd in 1889 in Mechelen de eerste samenkomst gehouden.

 

Vandaag heeft het Leger des Heils in België 6 maatschappelijke centra, 2 diensten van openbaar nut, 10 korpsen (parochies) en 3 tweedehands winkels.

Het Leger des Heils is internationaal vertegenwoordigd in 127 landen. Het Internationale Hoofdkwartier is gevestigd in Londen en wordt geleid door Generaal André Cox.

Historische beelden

De stichter

William Booth

Zolang…

Zolang er nog vrouwen huilen, zal ik strijden.

Zolang er nog kinderen honger lijden, zal ik strijden.

Zolang er nog mannen naar de gevangenis gaan, erin en eruit, erin en eruit, zal ik strijden.

Zolang er nog één verslaafde is, zolang er nog één meisje verloren op straat loopt, zal ik strijden.

Zolang er nog één mens het licht van God niet heeft gezien, zal ik strijden,

strijden tot het bittere eind.

 

Deze woorden werden door William Booth, de stichter van het Leger des Heils, uitgesproken tijdens zijn laatste toespraak in de Royal Albert Hall in Londen op 9 mei 1912.

Het is niet onze naam die bepalend is voor onze daden maar de natuurlijke ontwikkeling van onze werking heeft voor deze passende naam gezorgd. Bij het Leger komt de daad vaak voor het woord, ondernemen we actie zonder onnodig oponthoud van te veel overleg en bezinning. We willen nu eenmaal strijden. Strijden tegen alles wat het leven van mensen kapot maakt: armoede, onrecht, uitsluiting, en zinloosheid. En strijden vóór een leven zoals God het bedoeld heeft, door het goede nieuws van Jezus uit te dragen, in woord en daad.

Het uniform duidt een Heilssoldaat aan als een christen. Het valt op in de menigte zodat iedereen die behoefte heeft aan een spirituele, morele of materiële steun, beroep op ons kan doen.